Charcuterie is niet even schadelijk als roken of asbest

De consumptie van charcuterie en ander bewerkt vlees verhoogt het risico op kanker, maar suggereren dat tabak, asbest en charcuterie even schadelijk zijn, is onjuist. Dat concludeert De Standaard nadat in zusterkrant Het Nieuwsblad een getuigenis was verschenen van een man die na 13 jaar studeren besloot om toch geen arts te worden. “Luchtvervuiling is de allergrootste killer, we eten charcuterie die even kankerverwekkend is als asbest. En we doen daar niets aan. Geneeskunde is dweilen met de kraan open en ik wil niet meer dweilen”, motiveerde hij zijn keuze.

Na zeven jaar geneeskunde te hebben gestudeerd en dan nog zes jaar zich gespecialiseerd te hebben in infectieziekten en tropische geneeskunde, heeft Sam Proesmans ervoor gekozen om toch geen arts te worden. Hij getuigt daarover in Het Nieuwsblad. Die beslissing vloeit volgens hem voort uit een gevoel van machteloosheid. Zijn uitspraak dat charcuterie bewezen kankerverwekkend is en in het rijtje van tabak en asbest thuishoort, lokte bij zusterkrant De Standaard een ‘factcheck’ uit. Journaliste Maxie Eckert zocht uit welk waarheidsgehalte er zit in deze uitspraak.

Agency for Research on Cancer (IARC),

Sam Proesmans verdedigt zijn uitspraak door te verwijzen naar een analyse van het International Agency for Research on Cancer (IARC), een onderdeel van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). “Die stelt dat een dagelijkse portie van 50 gram bewerkt vlees, zoals charcuterie, het risico op darmkanker met ongeveer 18 procent verhoogt”, stelt de man. Het IARC plaatst bewerkt vlees daarom in groep 1: daarin staan stoffen en producten waarvan onomstotelijk bewezen is dat ze kanker kunnen veroorzaken. In diezelfde categorie staan ook asbest en kanker.

Slechts een beperkt risico

“Maar dat wil niet zeggen dat de stoffen en producten allemaal even schadelijk zijn. De IARC-indeling beschrijft de sterkte van wetenschappelijke bewijzen dat iets kanker kan veroorzaken, eerder dan het risico dat ervan uitgaat”, nuanceert het agentschap. Dat bevestigt ook Stefaan De Smet die als professor aan de UGent onderzoek doet naar vlees en meewerkte aan de IARC-analyse. “Als je rookt, heb je tien tot 20 keer meer kans op longkanker dan een niet-roker. Als je heel je leven elke dag 50 gram vlees eet, is je risico op darmkanker een fractie hoger dan van iemand die het nooit eet”, stelt De Smet.

Ook voordelen

Toen het IARC in 2015 zijn analyse rond bewerkt vlees publiceerde, verduidelijkte het agentschap het ‘gevaar’ van bewerkt vlees met cijfers. “De consumptie van bewerkt vlees veroorzaakt naar schatting jaarlijks 34.000 kankerdoden. Dat staat in contrast met de ongeveer één miljoen kankerdoden die te wijten zijn aan tabak en de 600.000 doden die per jaar te wijten zijn aan alcohol. En het IARC beklemtoonde ook dat vlees eten ook voordelen heeft voor de gezondheid. Iets wat je niet kan zeggen van tabak”, legt professor De Smet uit. Hoe het precies komt dat bewerkt vlees kankerverwekkend is, is overigens niet helemaal duidelijk.

En dus concludeert De Standaard dat de stelling van Sam Proesmans eerder waar is. “Van charcuterie en ander bewerkt vlees is bewezen dat de consumptie het risico op kanker verhoogt. Ook voor tabak en asbest zijn er voldoende bewijzen dat ze kanker veroorzaken. Ze staan dus in hetzelfde rijtje. Maar de suggestie dat tabak, asbest en charcuterie even schadelijk zijn, is onjuist”, klinkt het.

Bron: De Standaard

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*