Kweekvlees, vermoedelijk in 2021 op uw bord

Vlees uit een labo is geen utopie meer. Maar er moet wel nog het één en ander gebeuren voor het in de supermarkt ligt, weet Femke Gebruers van Technopolis.

Kweekvlees?

Wetenschappers zijn tegenwoordig in staat om vlees te kweken in een lab. Ze doen dat met stamcellen van dieren. De cellen zijn in staat om in andere celtypes te veranderen.

Het is dus geen plantaardige vleesvervanger, maar écht vlees. Voor de stamcellen moeten er geen dieren geslacht worden.

Hoe wordt het gemaakt?

Het Nederlandse laboratorium dat het proces ontwikkeld heeft, vertrekt van stamcellen uit het spierweefsel van een levende koe.

  • Die cellen vormen zich om tot echt spierweefsel.
  • Eén zo’n cel kan in het lab 50 keer delen alvorens ze sterft.
  • Op die manier kan je met één stamcel in theorie 10.000 kg vlees produceren.
  • Op industriële schaal wil men het vlees kweken in grote bioreactoren.
  • Eén kweekvat van 25.000 liter is voldoende om tienduizend mensen een jaar lang van vlees te voorzien.

Maar niet vegetarisch

Als er voor de productie van kweekvlees enkel die stamcellen nodig zouden zijn, zou je het een vegetarisch alternatief kunnen noemen.

Helaas is er voorlopig nog één belangrijk struikelblok: om cellen buiten een organisme te laten overleven én te laten vermenigvuldigen, moet je ze voedsel geven.

Ze worden nu gekweekt in een speciale vloeistof: foetaal kalfsserum.

Foetaal kalfsserum is een bijproduct van de slacht: het wordt gewonnen uit ongeboren kalveren die ontdekt worden tijdens het slachten van zwangere koeien.

In ons land is dat zeldzaam, maar in landen zoals Brazilië en Nieuw-Zeeland wordt op een andere manier aan veeteelt gedaan en duiken er geregeld kalfsfoetussen op in het slachthuis.

Het is ergens niet logisch dat kweekvlees afhankelijk blijft van dat kalfsserum, want in principe zullen er geen ‘overschotkalfjes’ meer zijn als kweekvlees de norm wordt. Daarom zoeken wetenschappers nu naar een alternatief.

2021

Bijna waren er vorig jaar nog gekweekte chorizo-worstjes op de markt gekomen. Maar de samenstelling van kalfsserum is niet constant is en er rijzen vragen over de mogelijke aanwezigheid van virussen in het product.

Daarom is de veiligheid van kweekvlees voorlopig onvoldoende gegarandeerd. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit heeft de worstjes achter slot en grendel opgeborgen.

Sinds 1 januari 2018 is er een nieuwe ‘Novel Foods’ wet van kracht. Alle nieuwe voedingsmiddelen mogen pas op de markt als ze getest zijn door de Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA). 

Alle Europese lidstaten moeten instemmen met de toelating ervan op de Europese markt en dat duurt al snel een jaar of 2. Ondertussen staan Amerikaanse en Japanse start-ups ook klaar om hun kweekvlees op de markt te introduceren.

Men verwacht dat je het kweekvlees in 2021 voor het eerst kan proeven.

En wat moet dat kosten?

De allereerste kweekvleeshamburger ooit werd gemaakt in Nederland in 2013. De ontwikkeling ervan kostte 250.000 euro.

Wanneer het productieproces op industriële schaal kan plaatsvinden, schat men de prijs op 9 euro per hamburger.

Dat is zo’n 60 euro per kilogram kweekvlees.

Dat is meer dan een gewone hamburger, maar men verwacht dat de prijs drastisch zal dalen als er een alternatief voorhanden is voor het dure kalfsserum.

Goed voor het milieu

De productie van kweekvlees is naar schatting 50 tot 90% minder milieubelastend dan de gewone vleesindustrie. Dat komt door:

  • verminderd watergebruik,
  • minder oppervlakte nodig om het te produceren,
  • en minder CO2-uitstoot.

Bovendien is het produceren van kweekvlees een manier om de stijgende wereldbevolking te kunnen voeden met voldoende hoogwaardige eiwitten. Men schat namelijk dat de vleesconsumptie in de komende 30 jaar met 70% zou kunnen toenemen door de economische groei in voormalige ontwikkelingslanden.

Tekening van JUst Meat – Usa

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie